‘Al wat je een van deze minste broeders en zusters van Mij hebt gedaan, heb je Mij gedaan’: een evangeliefragment uit Matteüs. Het nodigt ons uit op weg te gaan, bestaande en veilige structuren te verlaten en God te zoeken in de naakte, weerloze medemens. Dat wil zeggen de mensen áchter de cijfers van de vele publicaties met betrekking tot armoede.
Laatst las ik zo’n publicatie over de effectiviteit van kleine hulporganisaties die zich bezighouden met armoedebestrijding. Het desbetreffende onderzoek was verricht in twee Afrikaanse landen. De kleine organisaties daar bleken weinig effectief en transparant en er kwam naar voren dat ze door de vaak grotere persoonlijke betrokkenheid niet per definitie beter functioneren dan grote organisaties.
Zelf werd ik er een beetje kriebelig van toen ik dit las. Natuurlijk is het goed kritisch te zijn maar dan moet je wel het geheel in ogenschouw nemen, en dat miste ik. Duidelijk werd wel weer eens, dat alleen het meetbare betrouwbaar wordt geacht: de feiten. Waarheid is dátgene wat men kan aantonen én berekenen.
Het evangeliefragment van Matteüs staat daar lijnrecht tegenover. God laat zich niet berekenen of meten. Hij is niet te beredeneren met een of andere ingewikkelde formule. Voor mij wordt God iedere dag zichtbaar in de ondervoede kinderen en ouderen die ons dagelijks aankijken. Ze zijn getekend door pijn en verdriet en wachten niet alleen op een heerlijk gebakken brood, maar ook op die uitgestoken hand, op mensen die meeleven en laten merken dat zij er niet alleen voor staan.
Tussen alle projecten en broodbakken door, maken wij de balans op van vorig jaar, en kan ook onze achterban beoordelen of wij feitelijk wel effectief en transparant genoeg zijn. Maar om dat daadwérkelijk te voelen en te weten is het wellicht beter met ons mee te gaan om God op het spoor te komen.
Het is reizen over hobbelige wegen vol gaten en kuilen. Je komt in sloppenwijken waar alleenstaande moeders vechten om te overleven. Je treft ouderen, koud en verlaten in hun holen in een bergwand. Maar op het moment dat je hen een bróód in de handen drukt, zal je beseffen dat de ogen van deze verlaten en geslagen mensen een aanklacht tegen deze wereld zijn. Eén ding is zéker, je zult God vinden, want Zijn gelaat wordt zichtbaar in ál die kleine mensen.